Menu

PostNL en Pensioenfonds PostNL bereiken overeenstemming over bepaling en voorwaarden laatste uitgave overgangsregeling

Verwachting voor vrije kasstroom in 2020 verbetert met € 100 miljoen

PostNL en Pensioenfonds PostNL hebben een akkoord gesloten over de bepaling en voorwaarden voor de slotbetaling voor de overgangsregelingen. Deze uitkomst leidt tot een aanzienlijke verbetering van de verwachting van de vrije kasstroom voor heel 2020 bij PostNL. De ‘zachte pensioenvoorwaarden’ van medewerkers blijven ongewijzigd.

Uit hoofde van de financieringsovereenkomst met het pensioenfonds was de slotbetaling voor de overgangsregeling bepaald op basis van parameters in het derde kwartaal van 2019, toen de rente zeer laag was. In het belang van alle stakeholders is PostNL met het pensioenfonds in gesprek gegaan over een mogelijke oplossing om het effect van de lage rente op de bepaling van de uiteindelijke betaling af te vlakken. Er is nu overeengekomen dat deze uiteindelijke betaling maximaal € 290 miljoen zal bedragen. Dat is € 10 miljoen minder dan het bedrag dat eerder werd vastgesteld. Als de rente zich gunstig ontwikkelt, kan de uiteindelijke betaling lager uitvallen.

PostNL betaalt het pensioenfonds eind 2020 circa € 205 miljoen. De resterende (maximaal) € 85 miljoen wordt uitgesteld en in vijf periodieke delen voldaan in de periode 2021-2025. De financieringskosten van de zachte pensioenvoorwaarden gedurende 2020 worden met circa € 5 miljoen verlaagd. Hiermee komt de totale verlaging van de contante bijdrage aan de overgangsregeling op ten minste € 15 miljoen.

Als gevolg van dit akkoord verwacht PostNL nu een vrije kasstroom over 2020 van tussen € (215) miljoen en € (185) miljoen (eerder werd uitgegaan van € (315) miljoen en € (285) miljoen). De verlaging van de contante bijdrage met ten minste € 15 miljoen heeft verder een positief effect op de nettoschuldpositie van PostNL.

Bij verschillen tussen de Nederlandse en de Engelse versie is de Engelse versie leidend. Dit persbericht bevat voorkennis in de betekenis van artikel 7, lid 1 van de Verordening marktmisbruik van de EU.

Toekomstgerichte uitspraken

Enkele uitspraken in dit persbericht zijn 'toekomstgerichte uitspraken'. Door hun aard omvatten toekomstgerichte uitspraken risico’s en onzekerheden, omdat zij zien op gebeurtenissen en afhankelijk zijn van omstandigheden die zich in de toekomst zouden kunnen voordoen. Deze toekomstgerichte uitspraken omvatten bekende en onbekende risico’s, onzekerheden en andere factoren die buiten onze macht liggen en onmogelijk voorspeld kunnen worden, waardoor daadwerkelijke resultaten aanmerkelijk kunnen verschillen van een toekomstig resultaat dat wordt genoemd of geïmpliceerd. Deze toekomstgerichte uitspraken zijn gebaseerd op huidige verwachtingen, inschattingen, voorspellingen, analyses en projecties over de markten waarin wij actief zijn en verwachtingen en veronderstellingen van het management over mogelijke gebeurtenissen in de toekomst. U wordt gewaarschuwd zich niet onevenredig te verlaten op deze toekomstgerichte uitspraken, die alleen per de datum van dit persbericht worden gedaan en geen voorspellingen of garanties van mogelijke toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden zijn. Tenzij anderszins vereist door geldend effectenrecht, hebben wij geen enkele verplichting voor de openbaarmaking van eventuele revisies van deze toekomstgerichte uitspraken om gebeurtenissen en omstandigheden van na de datum van dit persbericht te publiceren, noch van zich voorgedane onvoorziene gebeurtenissen.

Gebruik van informatie die niet volgens GAAP-normen is

In het presenteren en bespreken van de bedrijfsresultaten van PostNL Groep, maakt management gebruik van een aantal financiële parameters die niet volgens de GAAP-normen zijn. Deze parameters die niet volgens de GAAP-normen zijn, moeten niet geïsoleerd worden beschouwd als alternatieven voor de gelijkwaardige IFRS-normen en moeten in samenhang met de best te vergelijken IFRS-normen worden gebruikt. De financiële parameters die niet volgens GAAP-normen zijn, hebben geen gestandaardiseerde betekenis volgens de IFRS-normen, en zijn daarom mogelijk niet vergelijkbaar met soortgelijke parameters gepresenteerd door andere uitgevende instellingen. Vanaf 2020 is genormaliseerde EBIT de belangrijkste financiële prestatie-indicator die niet volgens de GAAP normen is. Genormaliseerd EBIT wordt afgeleid van operationeel resultaat dat is gebaseerd op de IFRS-normen, aangepast voor de impact van projectkosten en incidentele posten.